Rb. Noord-Holland 6 juli 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:5544
Verzoek OM nietigverklaring/vernietiging erkenningsaktes. In 1998/1999 zijn vier Colombiaanse jongens erkend door de (latere) Nederlandse echtgenoot van hun moeder. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek inzake witwassen en drugshandel zijn in Colombia documenten aangetroffen die er op wijzen dat er sprake is van identiteitsfraude. Na nader onderzoek door de Colombiaanse Autoriteiten heeft de officier geconcludeerd dat de erkenningen op basis van onjuiste (vervalste) gegevens hebben plaatsgevonden. Drie van de vier kinderen hadden al een juridische vader, twee van de jongens hadden een andere moeder en drie van de vier jongens waren in werkelijkheid al meerderjarig ten tijde van de erkenning. Officier verzoekt nietigheid/vernietiging op grond van het feit dat er twee ouders waren, dan wel strijd met openbare orde (3:40/3:59BW, dan wel 1:205 BW). Verweerders doen beroep op onmogelijkheid tot verzoek nietigverklaring, bezit van staat, 8 EVRM. Rechtbank verklaart de erkenningen nietig ivm strijd met openbare orde 3:40/3:59 BW. Uitgebreide IPR overwegingen (erkenningen vonden plaats vóór bestaan WCA/Boek 10). 8 EVRM: geen family life als betrokkene is overleden. Bezit van staat: geen betwisting door de officier.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 AB
- Artikel 1:20e BW1
- Artikel 1:204 BW1
- Artikel 1:205 BW1
- Artikel 1:206 BW1
- Artikel 1:209 BW1
- Artikel 1:290 BW1
- Artikel 3:40 BW3
- Artikel 3:59 BW3
- Artikel 4 Wca
- Artikel 9 Wca
- Artikel 10 Wca
- Artikel 11 Wca
- Artikel 10:95 BW10
- Artikel 10:96 BW10
- Artikel 10:100 BW10
- Artikel 10:101 BW10
- Artikel 10:102 BW10
- Artikel 8 EVRM