Rb. Limburg 9 oktober 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:8495
De rechtbank acht het in de rede liggen dat na een geschiktverklaring met toepassing van artikel 19aa, eerste lid, aanhef en onder b, van de ZW, indien niet in een andere functie is hervat, bij nieuwe ziekmeldingen eveneens als beoordelingsmaatstaf geldt dat geen sprake is van ongeschiktheid van zijn arbeid (artikel 19aa, eerste lid, aanhef en onder a) als de verzekerde in staat is om ten minste één van de functies die zijn geselecteerd bij de eerdere geschiktverklaring te vervullen. Dit ligt in de lijn van de jurisprudentie over de maatstaf die moet worden aangelegd bij beoordeling van ziekmeldingen na volbrenging van de wachttijd of afschatting in het kader van de Wet WIA. (bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2015:335).
De uitspraak op rechtspraak.nl