Rb. Noord-Holland 7 oktober 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:8460
Aanwijzing begunstigde bij levensverzekering. Bij het vaststellen van de bedoeling van verzekeringnemer bij het aanwijzen van de begunstigde van een levensverzekering gaat het naast de schriftelijke mededeling daarvan aan de verzekeraar om verklaringen en gedragingen ten tijde van de aanwijzing van de begunstigde. Zie HR 21 september 2012 (ECLI:NL:HR:2012:BW6728). Intenties van erflater om de begunstiging op zijn twee levensverzekeringpolissen nadien aan te passen zijn dan ook niet relevant voor de beoordeling van de vraag wie begunstigde is op de uitkering. Voor zover in het begunstigingsbeding staat dat de betaalde premie of koopsom wordt gerestitueerd, oordeelt de rechtbank dat die terminologie wordt gebruikt als een manier om tot de berekening van de hoogte van de uitkering te komen en dat dat niet betekent dat de betaalde premie aan de verzekeringnemer wordt terugbetaald. Het betoog van eiseres dat de uitkering van polis I op grond van het begrip ‘gerestitueerd’ in de nalatenschap zou moeten vallen, faalt dan ook
De uitspraak op rechtspraak.nl