Rb. Utrecht 23 december 2009, ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7569

Levensverzekeringpolis met uitkering aan de verzekeringnemer bij in leven zijn op bepaalde datum en met uitkering aan de begunstigden bij overlijden voor die datum. Als begunstigden zijn de erfgenamen aangewezen. Verzekeringnemer wijst bij testament zijn partner als enig erfgenaam aan. Kinderen van verzekeringnemer hebben een vordering op diens nalatenschap, die echter negatief is. Zij stellen zich op het standpunt dat de begunstigde partner volgens de leer van het afgeleide recht geen eigen aanspraak op uitkering van de levensverzekering heeft en dat die uitkering in de nalatenschap valt, zodat deze alsnog een positief saldo heeft. Rechtbank oordeelt dat in het geval de begunstiging als derdenbeding is aan te merken, de derde een zelfstandig recht op uitkering heeft. De vraag, of de begunstiging als derdenbeding is aan te merken is een kwestie van uitleg van het beding. In dit geval is sprake van een derdenbeding. Dat de uitkering aan de begunstigden in de polis is omschreven als "restitutie van betaalde premie" betekent in dit geval niet dat die premie aan de verzekeringnemer wordt terugbetaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen