Rb. Noord-Holland 30 september 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:8185

Eiser is door de strafrechter onherroepelijk veroordeeld, onder meer voor het medeplegen van gewoontewitwassen. In geschil is of eiser bedragen die hij volgens de bewezenverklaring in deze strafzaak heeft verworven dan wel voorhanden heeft gehad heeft genoten als resultaat uit overige werkzaamheden. Verder is in geschil de woonplaats van eiser en of, en zo ja tot welke bedragen, eiser kan worden belast voor door hem van zijn vennootschappen genoten rente en bevoordelingen in natura, voor een genoten afkoopsom en voor (gebruikelijk) loon. De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende in Nederland woonde, maar dat hem niet kan worden verweten dat hij aangifte inkomstenbelasting heeft gedaan alsof hij niet in Nederland woonde. Op dit punt is er bij belanghebbende geen kwade trouw. Hierdoor vervallen enige correcties. De rechtbank laat de overige correcties in stand, onder meer ten aanzien van de bedragen die eiser volgens het arrest in de strafzaak heeft verworven dan wel voorhanden heeft gehad. Mede door het vervallen van genoemde correcties verlaagt de rechtbank de opgelegde boetes.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken