Rb. Midden-Nederland 8 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4699

Artikel 1:3 Awb. Niet-ontvankelijk bezwaar. Eiser heeft sinds 2010 meerdere verzoeken ingediend bij het College van Bestuur van de [...] die samenhangen met zijn vroegere werkzaamheden als hoofddocent bij de subonderzoeksgroep [...]. Tegen de afwijzing van zijn verzoeken heeft hij meerdere procedures gevoerd ook tot de hoogste instanties. De rechtbank oordeelt dat voor de verzoeken die zien op de rechtspositie van eiser als (gewezen) ambtenaar niet de bestuursrechter, maar de burgerlijke rechter bevoegd is. De beroepen van eiser zijn in zoverre niet-ontvankelijk. In de zaak UTR 22/5487 oordeelt dat de rechtbank (ambtshalve) dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, omdat eiser misbruik van zijn (proces)recht heeft gemaakt. Gelet op de eerdere procedures van eiser en zijn handelwijze is de rechtbank van oordeel dat zijn beroep evident is aangewend zonder redelijk doel dat dit blijkt geeft van kwade trouw. Eiser komt namelijk op tegen een niet bestaand besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken