Rb. Midden-Nederland 8 september 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:4699
Artikel 1:3 Awb. Niet-ontvankelijk bezwaar. Eiser heeft sinds 2010 meerdere verzoeken ingediend bij het College van Bestuur van de [...] die samenhangen met zijn vroegere werkzaamheden als hoofddocent bij de subonderzoeksgroep [...]. Tegen de afwijzing van zijn verzoeken heeft hij meerdere procedures gevoerd ook tot de hoogste instanties. De rechtbank oordeelt dat voor de verzoeken die zien op de rechtspositie van eiser als (gewezen) ambtenaar niet de bestuursrechter, maar de burgerlijke rechter bevoegd is. De beroepen van eiser zijn in zoverre niet-ontvankelijk. In de zaak UTR 22/5487 oordeelt dat de rechtbank (ambtshalve) dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, omdat eiser misbruik van zijn (proces)recht heeft gemaakt. Gelet op de eerdere procedures van eiser en zijn handelwijze is de rechtbank van oordeel dat zijn beroep evident is aangewend zonder redelijk doel dat dit blijkt geeft van kwade trouw. Eiser komt namelijk op tegen een niet bestaand besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 1 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1051
- Rb. Midden-Nederland 24 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:937
- Rb. Midden-Nederland 15 juli 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3302
- CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:880
- CRvB 5 augustus 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1994
- Rb. Den Haag 4 september 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:8491
- CRvB 9 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:98
- ABRvS 19 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4200
- ABRvS 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3558
- CRvB 4 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3077
- Rb. Rotterdam 8 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6995
- CRvB 13 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1424
- ABRvS 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1987
- ABRvS 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3834
- CRvB 26 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2180
- CRvB 4 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6366
- Rb. Utrecht 31 maart 2011, ECLI:NL:RBUTR:2011:713