Rb. Midden-Nederland 15 oktober 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4996
Boete voor overtreding bkr niet evenredig Trefwoorden: Boete, Besluit kwaliteit kinderopvang, bkr, bewijslast, cumulatie van boetes, evenredigheid Verweerder heeft bij een deel van de geconstateerde overtredingen uit het oog verloren dat het om een bestraffende sanctie gaat en dat het aan hem is om de overtreding aan te tonen. Hij kan niet zonder meer uitgaan van het papieren rooster dat eiseres heeft overgelegd en moet ook alle andere informatie bij de beoordeling betrekken. Op basis van die informatie bestaat twijfel over de overtredingen en heeft verweerder dus niet aan zijn bewijslast voldaan. Daarom was verweerder niet bevoegd tot het opleggen van een deel van de boetes en herroept de rechtbank deze boetes. Verweerder heeft verder 11 boetes van € 2.500,- voor overtreding van de bkr op tijden die afwijken van de tijden genoemd in het beleidsplan. In de uitspraak van de ABRvS van 10 februari 2021 is geoordeeld dat een cumulatie van boetes mag, maar dat dit niet onbeperkt kan en dat moet worden bekeken of de boete gelet op artikel 5:46, tweede lid, van de Awb evenredig is. Dat is hier naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. Daarbij neemt de rechtbank mee dat het gaat om een herhaalde roosterfout en dat het niet gaat om ernstige overtredingen. De perioden waarin werd afgeweken van het pedagogisch beleidsplan zijn kortdurend en daarmee is sprake van betrekkelijk geringe overschrijdingen. Daarom matigt de rechtbank de boetes met 75%. Herstelmaatregelen kunnen worden betrokken bij de vraag of de boete evenredig is, maar in dit geval heeft eiseres onvoldoende aangetoond dat zij adequate herstelmaatregelen heeft getroffen. De rechtbank matigt de boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl