Rb. Midden-Nederland 22 december 2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:7217

Compensatie vluchtvertraging Arkefly. Handhavingsverzoek ILT. Geen buitengewone omstandigheid. De rechtbank stelt vast dat na technisch onderzoek is komen vast te staan dat de oorzaak van de lekkage is gelegen in een moer die voor ¾ was los geraakt. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat moeren tijdens groot onderhoud op zicht worden gecontroleerd. In navolging van de uitspraak van de MK Rotterdam van 10 oktober 2013 overweegt de rechtbank dat uit rechtsoverweging 25 van het Wallentin-Hermannarrest niet (a contrario) kan worden afgeleid dat problemen die niet tijdens het onderhoud worden vastgesteld of die niet het gevolg zijn van onvolkomenheden bij een dergelijk onderhoud wel buitengewone omstandigheden vormen. Het in onderhavige zaak geconstateerde technische mankement kan niet worden geduid als een buitengewone omstandigheid. De vertraagde vlucht komt op grond van de verordening voor compensatie in aanmerking. Verweerder is bevoegd handhavend op te treden tegen Arkefly. Het beroep is gegrond nu verweerder bij het bestreden besluit niet heeft onderkend dat hij verplicht is handhavend op te treden tegen Arkefly, omdat eisers in aanmerking komen voor compensatie. De rechtbank ziet, gelet op de aard van het gebrek, geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of om een bestuurlijke lus toe te passen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken