Rb. Rotterdam 10 oktober 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:7894

Nu geen sprake is van buitengewone omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden geconcludeerd dan dat de geannuleerde vlucht op grond van de Verordening EG 261/2004 van het Europese Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij de instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) 295/91 (Verordening) voor compensatie in aanmerking komt. Aangezien United Airlines geen compensatie voor de geannuleerde vlucht heeft betaald, is sprake van overtreding van de Verordening, zodat verweerder bevoegd is handhavend op te treden tegen United Airlines. De rechtbank is niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan niet kan worden gevergd handhavend op te treden. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken