Rb. Amsterdam 29 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:4311

Vordering tot compensatie wegens vertraging vlucht; kantonrechter constateert dat teksten van onderdeel 14 respectievelijk artikel 5 lid 3 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van 11 februari 2004 enerzijds en de overwegingen 21 tot en met 26 van het arrest Wallentin anderzijds tot interpretatieproblemen leiden; als rechter moet beslissen of de luchtvaartmaatschappij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om het optreden van buitengewone omstandigheden te voorkomen dan doet zich volgens rechter ook regelmatig de vraag voor of de luchtvaartmaatschappij gehouden is om de vertraging binnen de termijn van 3 uur te houden; kantonrechter legt prejudiciële vragen voor aan Hof van Justitie van Europese Unie.

De uitspraak op rechtspraak.nl