Rb. Middelburg 25 april 2007, ECLI:NL:RBMID:2007:BA4929
Het potentiebevorderende produkt Libidfit kan worden aangemerkt als geneesmiddel, gelet op de omschrijving hiervan in richtlijn 2001/83/EG, zoals laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2004/27/EG. Artikel 1, derde lid van richtlijn 2001/83/EG merkt als substantie aan elke stof, ongeacht haar oorsprong, waaronder plantaardige oorsprong. Ook een middel dat enkel is samengesteld uit stoffen van natuurlijke oorsprong, kan dus een geneesmiddel zijn indien het voldoet aan het aandieningscriterium of het toedieningscriterium, zoals verwoord in laatstgenoemde richtlijn en in de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening. Het middel Libidfit kan volgens beide criteria worden aangemerkt als geneesmiddel. De verdachte heeft artikel 2, derde lid en artikel 3 vierde lid van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening opzettelijk overtreden, omdat een inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidsdienst haar voordat zij het middel op de markt bracht, op de hoogte heeft gebracht van het aandieningscriterium, waardoor verdachte kon weten dat Libidfit de status van geneesmiddel kon hebben. Verdachte heeft Libidfit desondanks – als ongeregistreerd geneesmiddel – op de markt gebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl