Rb. Limburg 14 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9766
Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot alsnog verplegen van overheidswege. Overwegingen met betrekking tot de looptijd van de TBS met voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat de tweede termijn van de TBS met voorwaarden is aangevangen op 26 juni 2024 en dat 25 juni 2026 als einddatum van deze termijn heeft te gelden. Het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 februari 2026, zoals dat op 2 maart 2026 onherroepelijk is geworden, heeft niet tot gevolg dat de maatregel met twee jaar is verlengd. Nu de officier van justitie geen verlengingsvordering heeft ingediend, is de looptijd van de TBS met voorwaarden op 25 juni 2026 daadwerkelijk geëindigd. De op 3 juli 2026 ingediende vordering tot alsnog verplegen van overheidswege is daarmee niet gedurende de looptijd van de TBS ingediend. De rechtbank is daarom niet bevoegd om op de vordering te beslissen en verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof Arnhem-Leeuwarden 21 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5187
- HR 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1729
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 februari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:1064
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1255
- HR 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:377
- Hof Arnhem 12 maart 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX2342
- Hof Arnhem 3 september 2001, ECLI:NL:GHARN:2001:AD3562