Rb. Limburg 1 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4249
In deze uitspraak beslist de rechtbank op twee beroepen van eiser. De beroepen gaan over inzage van zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Eiser is het niet eens met de besluiten over de inzage van zijn persoonsgegevens die de minister heeft genomen naar aanleiding van zijn bezwaren tegen de inzage die hij heeft gekregen. Eiser is het er vooral niet mee eens dat hij de stukken niet krijgt waarin de persoonsgegevens van hem zijn opgenomen. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Met betrekking tot de stukken waarin de persoonsgegevens van eiser staan is de rechtbank van oordeel dat de minister niet verplicht is om die stukken aan eiser te verstrekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:978
- ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:195
- ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5088
- ABRvS 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3853
- ABRvS 8 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:487
- Rb. Noord-Nederland 24 november 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:4502
- ABRvS 2 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:647
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:783
- HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:672
- CRvB 28 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:910
- HR 10 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:874
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:369