ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:195

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 2 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Zij heeft daarbij overwogen dat [appellant] niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 2 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken