ABRvS 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5088

Bij besluit van 9 juli 2020 heeft de minister van Financiën een verzoek van [appellant] om inzage afgewezen. [appellant] heeft al geruime tijd een geschil met de Belastingdienst vanwege een aansprakelijkheidsstelling door de Belastingdienst van zijn gefailleerde vennootschappen voor belastingschulden. [appellant] stelt dat er in het verleden malversaties hebben plaatsgevonden die zijn gepleegd door de ontvanger, de rijksadvocaat, eerdere aandeelhouders en diverse adviseurs. [appellant] stelt dat er belangenverstrengeling heeft plaatsgevonden en dat er stukken zijn achtergehouden. Bij brieven van 10 maart 2020 en 8 april 2020 heeft hij zich daarover bij de minister beklaagd en gesteld dat hij ten onrechte op de Fraudesignaleringsvoorziening (FSV) staat. Verder heeft hij verzocht om inzage en om hem alle documenten te verstrekken die van belang zijn voor zijn zaak. De minister heeft het verzoek aangemerkt als een verzoek op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming om inzage in zijn complete fiscale dossier en de FSV.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken