Rb. Limburg 26 maart 2021, ECLI:NL:RBLIM:2021:2657
De gronden van beroep zijn met name gericht tegen de in de omgevingsvergunning (revisievergunning) opgenomen voorschriften over de (grove) houtstofemissie. Het gaat de voorzieningenrechter in het licht van de reeds eerder vergunde activiteiten te ver om een resultaatsverplichting op te nemen voor vergunninghoudster en dus om deze stofemissie (buiten de inrichting) geheel te voorkomen (nul-norm). Het beroep van eiseres slaagt in zoverre. Dat neemt niet weg dat de voorzieningenrechter van oordeel is dat van vergunninghoudster in alle redelijkheid verlangd kan worden dat (visuele) stofoverlast binnen en buiten de inrichting zo veel mogelijk wordt beperkt op basis van de door verweerder in de omgevingsvergunning voorgeschreven maatregelen voor good house keeping. Het beroep van eiseres in dat verband slaagt niet. Om eiseres niet te confronteren met onmiddellijke werking van de door haar gewraakte voorschriften wordt de omgevingsvergunning geschorst tot zes weken na de verzending van deze uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl