Rb. Limburg 25 september 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:7217
Lasten onder dwangsom, één inrichting, stofdepositie, op- en overslag inerte goederen, gekanaliseerde emissiebronnen, good housekeeping, logboek, zorgplicht, artikel 7.22 Bouwbesluit, grenswaarden inzake stofdepositie, stofdepositie-onderzoek, cyclonen, geluidnorm, invorderingsbesluiten, evenredigheid. Betreft beroepen van twee vennootschappen aan wie gelijkluidende lasten onder dwangsom zijn opgelegd. De rechtbank verklaart de beroepen tegen de aan hen opgelegde last onder dwangsom wegens overtreding van het verbod om een inrichting in werking te hebben zonder toereikende omgevingsvergunning gegrond. De opgelegde last is gericht op het niet binnen de begunstigingstermijn beschikken over één de gehele inrichting omvattende revisievergunning en strekt daarmee niet tot het ongedaan maken van enige overtreding als bedoeld in artikel 5:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beroepen tegen de lasten gericht op het uitvoeren van good housekeeping-maatregelen en het bijhouden daarvan in een dagboek teneinde stofhinder in de omgeving te voorkomen/beperken, heeft de rechtbank ongegrond verklaard. De beroepen tegen de lasten om een geloofwaardig en concludent onderzoek inzake stofdepositie in te dienen, waaruit blijkt of de door verweerder gestelde grenswaarden inzake stofdepositie door het treffen van maatregelen van good housekeeping worden nageleefd en het ter plaatse van de drogers installeren en in gebruik nemen van cyclonen indien uit voornoemd onderzoek niet aantoonbaar blijkt dat de grenswaarden door good housekeeping niet meer worden overschreden, heeft de rechtbank gegrond verklaard. De beroepen tegen de aan beide vennootschappen gerichte invorderingsbesluiten waarbij verbeurde dwangsommen in verband met het niet voldoen aan de lasten inzake het uitvoeren van good housekeeping maatregelen bij hen zijn ingevorderd, heeft de rechtbank gegrond verklaard. De rechtbank acht het in strijd met het evenredigheidsbeginsel om de dwangsommen die zijn afgeleid van de schoonmaakkosten, volledig op beide overtreders te verhalen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1.1 Wm
- Artikel 8.1 Wm
- Artikel 17.1 Wm
- Artikel 5:32 Awb
- Artikel 5:32a Awb
- Artikel 5:32b Awb
- Artikel 5:37 Awb
- Artikel 5:39 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 7:15 Awb
- Artikel 8:41 Awb
- Artikel 8:47 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 2 BPB
- Artikel 3 BPB
- Artikel 7.22 Bouwbesluit
- Artikel 2 Barim
- Artikel 2.1 Barim
- Artikel 2.5 Barim
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 24 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2562
- Rb. Limburg 14 juni 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:5485
- ABRvS 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1363
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3493
- ABRvS 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3478
- ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2881
- ABRvS 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2222
- ABRvS 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3819
- ABRvS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2081
- ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:174
- ABRvS 10 augustus 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR4631
- ABRvS 18 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH3240
- ABRvS 28 februari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ9541
- ABRvS 3 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY3647
- ABRvS 6 juli 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT8769
- ABRvS 1 oktober 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AL3397
- ABRvS 4 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF1432