ABRvS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3878

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en in werking hebben van haar inrichting aan de [locatie A] en [locatie B] in Venray. Aan de vergunning heeft het college voorschriften verbonden. In de vergunde inrichting vinden de volgende activiteiten plaats: - de productie van houtpellets; - het in werking zijn van twee bio-warmtekrachtkoppelingen (WKK); - het drogen en verkleinen van hout; - het ontschorsen en chippen van boomstammen. De onderhavige procedure gaat over de aan de vergunning verbonden voorschriften en door het college vastgestelde maatwerkvoorschriften ter voorkoming van stofhinder. [appellante] betoogt dat enige stofhinder inherent is aan haar activiteiten en dat het niet mogelijk is om stofhinder overeenkomstig de door het college aan de vergunning verbonden voorschriften in het geheel te voorkomen. [appellante] is het daarom eens met de vernietiging van die voorschriften door de rechtbank, maar stelt dat de door de rechtbank geherformuleerde voorschriften niet naleefbaar zijn, omdat daaraan niet kan worden voldaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen