Rb. Limburg 14 juni 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:5485
Trefwoorden: handhaving, geluid, stofhinder, zorgplicht, Activiteitenbesluit, grenswaarden voor stofdepositie, één inrichting. Betreft voorlopige voorzieningen die zijn gevraagd naar aanleiding van een aantal lasten onder dwangsom die zijn opgelegd in verband met overtreding van een geluidvoorschrift, veroorzaken stofhinder en het in werking zijn van de inrichting zonder de daarvoor vereiste, de hele inrichting omvattende (revisie)vergunning. De voorzieningenrechter overweegt dat er vooralsnog gerede twijfel bestaat of een aantal van de lasten die zijn opgelegd in verband met het voorkomen van stofhinder in de hoofdzaak ongewijzigd in stand kunnen blijven. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat de inrichting van verzoekers met vergunning(en) in werking is en dat deze situatie niet op één lijn is te stellen met de situatie dat een bedrijf zonder de daarvoor vereiste vergunning vergunningplichtige activiteiten verricht. Gezien de korte begunstigingstermijnen en de hoge dwangsommen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een aantal lasten te schorsen tot zes weken na de te nemen beslissingen op bezwaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl