Rb. Limburg 11 september 2019, ECLI:NL:RBLIM:2019:8232

Onschuldpresumptie. Hennepkwekerijen. Uitspraak CRvB van 1 mei 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:1682). ZW- en WIA-uitkering terecht herzien en teruggevorderd. De politierechter en het gerechtshof hebben het wederrechtelijk verkregen voordeel dat eiseres met de teelt van hennep heeft verkregen, vastgesteld. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat deze uitspraken van de politierechter en het gerechtshof niet kunnen worden aangemerkt als concrete verifieerbare en relevante gegevens over de werkzaamheden van eiseres. Verweerder hoeft bij het vaststellen van het bedrag dat eiseres aan inkomsten uit de hennepteelt heeft verworven dan ook geen aansluiting te zoeken bij de uitspraken van de politierechter en het gerechtshof, zoals eiseres heeft betoogd. Aan de grondslag van het bestreden besluit kan worden vastgehouden zonder in strijd te handelen met de in artikel 6, tweede lid, van het EVRM gewaarborgde onschuldpresumptie, omdat het gezien de tenlastelegging niet aan de politierechter was te beoordelen of eiseres voorafgaand aan 1 mei 2007 al dan niet hennep heeft geteeld dan wel aanwezig heeft gehad en de uitspraak van het gerechtshof aangaande het wederrechtelijk verkregen voordeel geen vrijspraak door de strafrechter betreft. Beroepen ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken