CRvB 1 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1682
Onschuldpresumptie. Hennepkwekerij. Vrijspraak. Ten onrechte anticumulatie toegepast en WAO-uitkering teruggevorderd. Boete te hoog vastgesteld. De politierechter heeft de met de aanwezigheid van de hennepkwekerij samenhangende strafbare feiten uitsluitend bewezen geacht op de datum 7 mei 2015. Dat betekent dat onder deze omstandigheden het Uwv bij de schatting van de omvang van de inkomsten niet heeft mogen uitgaan dat er sprake was van een gerealiseerde oogst en dat er geen sprake kan zijn van aan appellant toe te rekenen inkomsten omdat daarmee twijfel wordt opgeroepen over de juistheid van de vrijspraak van wat appellant in de strafzaak werd verweten. Daarom kan aan de grondslag van de bestreden besluiten niet worden vastgehouden zonder in strijd te handelen met de in artikel 6, tweede lid, van het EVRM gewaarborgde onschuldpresumptie. Het Uwv heeft niet voldaan aan de bewijslast. Het Uwv heeft ten onrechte de (fictieve) mate van arbeidsongeschiktheid van appellant over de periode in geding vastgesteld op minder dan 15% waardoor zijn WAO-uitkering over die periode niet tot uitbetaling kon komen en het Uwv heeft ten onrechte onverschuldigd betaalde WAO-uitkering teruggevorderd. Als uitgangspunt geldt dat als een overtreding van de inlichtingenverplichting niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, de boete wordt vastgesteld op € 150,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Zeeland-West-Brabant 17 augustus 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:5840
- HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:958
- EHRM 28 maart 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0328JUD004502807
- EHRM 18 oktober 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:1018JUD002110707
- EHRM 23 oktober 2014, ECLI:CE:ECHR:2014:1023JUD002778510
- EHRM 12 juli 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:0712JUD002542409
- CRvB 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958