CRvB 15 april 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI1723

Korting op, intrekking en terugvordering WAO-uitkering. Inkomsten uit arbeid. Evenals de rechtbank is de Raad tot de conclusie gekomen dat appellant in de in geding zijnde periode op grote schaal werkzaamheden heeft verricht voor het bedrijf, dat hij als feitelijk bestuurder van deze vennootschap moest worden aangemerkt en dat hij hiervan geen melding heeft gemaakt aan het Uwv. Appellant heeft in strijd met artikel 80 van de WAO geen opgave gedaan van zijn werkzaamheden en de daaruit genoten inkomsten. Appellant heeft zijn stelling dat de aan hem toe te rekenen inkomsten te hoog zijn vastgesteld, op geen enkele wijze onderbouwd aan de hand van ondubbelzinnige, concrete en verifieerbare gegevens. Het Uwv heeft terecht met toepassing van artikel 44, eerste lid, van de WAO de WAO-uitkering van appellant over de jaren 2000 en 2001 uitbetaald naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% en de WAO-uitkering over het jaar 2002 terecht niet uitbetaald. Verder is de Raad niet gebleken dat het terugvorderingsbesluit onjuist moet worden geacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen