Rb. Limburg 11 maart 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:2056
Naar het oordeel van de rechtbank kan de transponeringstabel niet worden gekwalificeerd als een avv bij gebrek aan het daarvoor noodzakelijke algemene, abstracte karakter. Hoewel de rechtbank begrijpt dat met het opstellen van de transponeringstabel gepoogd is te abstraheren van de persoon van de ambtenaar, is dit streven in de uiteindelijke transponeringstabel onvoldoende tot uiting gekomen. Vervolgens rijst de vraag welke consequenties dienen te worden verbonden aan de omstandigheid dat de transponeringstabel niet valt aan te merken als een avv. De transponeringstabelregel die van toepassing is op eiser, is een besluit dat is genomen door een ander, hiërarchisch hoger geplaatst bestuursorgaan dan verweerder. Een volle, inhoudelijke toets van dat besluit is binnen de grenzen van het onderhavige geding niet mogelijk. Daarbij komt dat de Regeling overgang naar een LFNP functie (Regeling) wel dient te worden aangemerkt als een avv en dat deze verweerder aan de transponeringstabel bindt bij het nemen van besluiten betreffende de overgang van een individuele ambtenaar naar een LFNP functie. Verweerder heeft daardoor bij het nemen van zijn besluiten bijzonder weinig vrijheid gehad, hetgeen zich in het kader van de rechterlijke toetsing vertaalt in een (zeer) terughoudende toets van de juistheid van de uit de transponeringstabel (in combinatie met de uitgangspositie) voortvloeiende match, zoals die is overgenomen in verweerders besluitvorming. Dat er sprake is van enige toetsingsmogelijkheid, is erin gelegen dat verweerder bij de totstandkoming van de transponeringstabel de mogelijkheid heeft gehad om hem vreemd of onduidelijk voorkomende (concept)matches opnieuw voor te leggen (als hermatch aan te bieden) aan de werkgroep matching, waarna opnieuw gekeken werd of de matchingssystematiek goed was toegepast. Gelet hierop hanteert de rechtbank in zaken als de onderhavige de toets of verweerder zich in het individuele geval in redelijkheid heeft kunnen laten binden door de van toepassing zijnde transponeringsregel. Dit zal in beginsel slechts niet het geval zijn als er sprake is van een kennelijk en evident onjuiste en daardoor onhoudbare match. Waar de gestelde onjuistheden in de matchingsuitkomst enkel een direct uitvloeisel zijn van de matchingssystematiek en de in dat verband door de materiële wetgever gemaakte keuzes, zal de rechtbank (en verweerder) die keuzes in beginsel moeten respecteren. De gevallen van een kennelijk onhoudbare match die overblijven, zullen die situaties zijn waarbij verweerder de match eigenlijk had moeten voordragen voor hermatching én niet valt in te zien waarom dat niet is gebeurd. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het hierboven beschreven toetsingskader, de match van eisers oorspronkelijke korpsfunctie met de LFNP-functie Operationeel Specialist D niet kennelijk onhoudbaar. Voorts zijn de gevolgen van de matching niet dermate bijzonder dat verweerder op grond daarvan de hardheidsclausule redelijkerwijs had moeten toepassen.
De uitspraak op rechtspraak.nl