Rb. Limburg 23 juli 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:6275

Trefwoorden: LFNP, grondslag wijzigingsbesluit, bevoegdheid, Regeling overgang naar een LFNP functie, analoge toepassing niet mogelijk, transponeringstabel geen avv, toetsingskader wijzigingsbesluiten, korpsfunctiebeschrijving is het uitgangspunt bij matching, geen onhoudbare match, vernietiging met in stand laten van de rechtsgevolgen. Samenvatting: De (materiële) wetgever heeft er kennelijk en expliciet voor gekozen om de werking van de Regeling overgang naar een LFNP functie (Regeling) te beperken tot functies, uitgeoefend tot 31 december 2011. Het staat verweerder dan ook niet vrij om, in afwijking van een door de materiële wetgever gemaakte keuze, de Regeling alsnog analoog van toepassing te achten op de later genomen wijzigingsbesluiten. Indien de Minister van Veiligheid en Justitie (Minister) een verdergaande toepassing van de Regeling wenselijk had geacht, had immers in de rede gelegen dat hij daarin had voorzien bij het opstellen van de Regeling. Niet valt in te zien dat de Minister bij het opstellen van de Regeling niet heeft stilgestaan bij de mogelijkheid van na 31 december 2011 gewijzigde korpsfuncties, temeer nu de Regeling pas in werking is getreden op 23 mei 2013 (Stcrt. 2013, 13141). Voorts bevat artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie geen directe wettelijke (bevoegdheids)grondslag voor verweerder voor het nemen van wijzigingsbesluiten. Hierin wordt enkel bepaald dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de overgang van ambtenaren naar een functie die is opgenomen in het LNFP. Daarnaast moet worden geoordeeld dat er ook geen aanknopingspunten zijn om de transponeringstabel op de onderhavige procedure van toepassing te achten. Zoals overwogen in de uitspraken van de Raad van 1 juni 2015 is de transponeringstabel geen algemeen verbindend voorschrift, maar enkel een bijlage bij de Regeling waaraan bij de besluitvorming op grond van artikel 5, tweede en derde lid, van de Regeling een zwaarwegende betekenis moet worden toegekend. Nu artikel 5 van de Regeling niet op de onderhavige procedure van toepassing is, geldt dat evenzeer voor de transponeringstabel. De rechtbank is voorts echter van oordeel dat, ondanks dat artikel 5, tweede en derde lid, van de Regeling niet van toepassing is op de onderhavige procedure, verweerder bevoegd moet worden geacht de rechtspositie van de onder hem ressorterende ambtenaren te wijzigen en hen te plaatsen in een functie in het LFNP. In dit verband dient te worden aangeknoopt bij de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep inzake de inpassing van functies in een ander functiehuis. Daarnaast heeft verweerder bij de matching kunnen uitgaan van de ten tijde van belang geldende formele korpsfunctiebeschrijving. Daargelaten het bepaalde in de Regeling is het, anders dan eiser betoogt, van meet af aan de bedoeling van de materiële wetgever geweest de korpsfunctiebeschrijving te gebruiken als uitgangspunt voor de matching. Bij vergelijking van de korpsfunctiebeschrijving Expert A met de LFNP-functiebeschrijving Operationeel Specialist A zijn er onvoldoende aanknopingspunten om deze inpassing onhoudbaar te achten. Hoewel het zeer wel mogelijk is dat (enkele van) eisers taken, in enige mate, overeenkomen met de LFNP-functie van Operationeel Specialist B, is niet gebleken dat er sprake is van zodanige overeenkomsten dat daaraan doorslaggevende betekenis moet worden toegekend bij de inpassing. Dit geldt temeer nu er sprake is van enkele (zwaarwegende) verschillen. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken