Rb. Gelderland 30 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3374
Terugvordering van verstrekte voorschotten op grond van de Tijdelijke Overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Beroep ongegrond. Er is wel sprake van verplichte voorschotten in de zin van artikel 52, eerste lid, van de Participatiewet (Pw) en het college kan die voorschotten op grond van artikel 58, tweede lid en onder d, van de Pw terugvorderen. Voor het eerst bij het verweerschrift voldoende gemotiveerd. Gebrek passeren met art. 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op 18 april 2024, zijnde de datum van het (primaire) terugvorderingsbesluit, was de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet overschreden. In het bestreden besluit is niet weergegeven of en, zo ja, hoe het college in het kader van de dringende redenen de bij het besluit betrokken belangen heeft afgewogen. Het besluit mist daardoor een deugdelijke motivering. Gebrek passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb. Op de zitting alsnog toegelicht door het college. Het college heeft in wat eiseres naar voren heeft gebracht niet hoeven aanmerken als dringende redenen om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Door toepassing van artikel 6:22 van de Awb komt eiseres wel proceskostenvergoeding en griffierecht toe.
De uitspraak op rechtspraak.nl