CRvB 12 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1001
Intrekking en terugvordering van bijstand. Letselschadevergoeding niet gemeld. Beroep op verjaring slaagt niet. Het college was op 3 april 2013, toen het vermogenssignaal van de belastingdienst bij de gemeente binnenkwam, nog niet bekend met feiten of omstandigheden op grond waarvan voldoende duidelijk was dat een besluit tot terugvordering in de rede lag. Een besluit tot terugvordering lag pas in de rede, nadat na onderzoek was vastgesteld dat het hoge bedrag op de betaalrekening betrekking had op een letselschadevergoeding en nadat vervolgens met het oog op artikel 32, tweede lid, aanhef en onder m, van de PW, was beoordeeld of het materiële of immateriële schadevergoeding betrof en of het uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord was om die vergoeding (deels) niet tot de middelen te rekenen. Vaststaat dat er tussen het moment van die beoordeling en het terugvorderingsbesluit geen vijf jaar is verstreken. In gevallen waarin het lang heeft geduurd voordat het onderzoek naar aanleiding van een signaal is verricht, kan er reden zijn om, met inachtneming van een redelijke termijn die nodig is voor het verrichten van onderzoek, de aanvang van de verjaringstermijn op een eerdere datum te bepalen dan op de datum dat uit het onderzoek is gebleken dat een terugvordering in de rede ligt. Ook in het onderhavige geval heeft het lang geduurd voordat het onderzoek naar aanleiding van het signaal van de belastingdienst is verricht. Dit zou appellanten echter, gelet op de verjaringstermijn van vijf jaren, alleen kunnen baten als de aanvang van de verjaringstermijn op 10 april 2013 of eerder zou moeten worden gesteld. Voor dat oordeel bestaat echter geen grond, omdat het signaal van de belastingdienst op 3 april 2013 is ontvangen en een week in dit geval niet kan worden aangemerkt als een redelijke termijn waarbinnen het college het benodigde onderzoek had moeten verrichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl