Rb. Gelderland 10 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6707

Beroep tegen de terugvordering van een deel van het persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) over 2018. Terugvordering ontstaan door betaling van de SVB uit het PGB aan een zorgverlener die vanaf februari 2018 geen zorg meer heeft verleend tot en met 30 juni 2018. Voldoende aannemelijk gemaakt dat tijdig kenbaar is gemaakt dat de budgethouder met ingang van 1 februari 2018 zou overstappen naar een nieuwe zorgaanbieder. Het is daardoor aan de SVB, en in ieder geval niet aan (de voorganger van) eiseres, te wijten dat de overstap niet voortvarend administratief is verwerkt en dat de betalingen aan de oude zorgaanbieder niet vanaf februari 2018 zijn gestopt. Verweerder heeft daarom in redelijkheid geen gebruik kunnen maken van de bevoegdheid om (eventueel) onverschuldigd betaald persoonsgebonden budget van eiseres terug te vorderen.

De uitspraak op rechtspraak.nl