Rb. Gelderland 6 november 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5906

Lening aangegaan tussen een vennootschap van vader en een vennootschap van zoon kan voor de Successiewet een schenking van vader aan zoon inhouden, ook indien die lening niet direct opeisbaar is. Verweerder stelt dat de lening onzakelijk is en reeds bij het aangaan van die lening sprake is van een schenking, onder de impliciete opschortende voorwaarde van het zich manifesteren van het onzakelijke debiteurenrisico. Die voorwaarde is bij kwijtschelding van de lening in vervulling gegaan en dat is het heffingsmoment voor de Successiewet, aldus verweerder. Bestaan opschortende voorwaarde niet aannemelijk gemaakt door verweerder, en dus kan de kwijtschelding hier ook niet op worden teruggevoerd. Beroep gegrond. Vernietiging naheffingsaanslag schenkbelasting.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen