Rb. Gelderland 12 oktober 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5410

Schenkbelasting. APV. In geschil is of sprake is van afgezonderd particulier vermogen in de zin van art. 2.14a Wet IB 2001. Zo ja, dan is in geschil wie inbrenger is. De rechtbank overweegt dat slechts sprake is van APV indien en voor zover sprake is van discretionair vermogen, hetgeen betekent dat er geen concrete juridische afdwingbare rechten en verplichtingen tegenover de inbreng van het vermogen staan. Bewijslast rust op verweerder. Rechtbank oordeelt dat verweerder in dit geval aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van discretionair vermogen. Dit blijkt uit diverse stukken die in het dossier zitten. Eiseres heeft, tegenover de gemotiveerde stelling van verweerder, niet onderbouwd dat alleen de kleinkinderen waren aangewezen als gerechtigden. Dit is ook niet af te leiden uit de tenaamstelling van de stichting. Voor de vraag wie als inbrenger heeft te gelden, stelt de rechtbank voorop dat het civiele recht als uitgangspunt dient. Bestuursbevoegdheid is niet van belang. Doorslaggevend is in dit geval wie de schenkingsovereenkomst hebben getekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken