Rb. Gelderland 25 oktober 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5457
VPB, OB, dividendbelasting, kansspelbelasting. Beroepen tegen niet tijdig beslissen op bezwaar. In geschil is of eiseres is opgehouden te bestaan voordat de diverse belastingaanslagen zijn opgelegd en welke gevolgen dit heeft voor ontvankelijkheid, de opgelegde informatiebeschikkingen (ter zake waarvan de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak eveneens heeft beslist) en de beslistermijn. Het beroep is ingesteld namens de voormalige vereffenaar en de voormalige aandeelhouders. De nv is aangeduid als belanghebbende. Zij is ook vermeld in het hoofd van het beroepschrift. De rechtbank merkt de nv aan als eiseres. Bezwaar is gemaakt namens de nv. Hoewel dit niet helemaal hetzelfde is als “op naam van” de nv, begrijpt de rechtbank dat bedoeld is op naam van de nv bezwaar te maken. Bezwaar en beroep zijn daarmee ontvankelijk. De inspecteur heeft op de laatste dag van de beslistermijn informatiebeschikkingen opgelegd. De rechtbank heeft in de procedures over de informatiebeschikkingen geoordeeld dat aannemelijk is dat eiseres ten tijde van de vaststelling daarvan niet meer bestond. Daarom is de beslistermijn voor verweerder verstreken. Verweerder heeft een aanvang gemaakt met de behandeling. Het is niet mogelijk deze weer te staken. De beroepen zijn gegrond. De rechtbank beslist niet inhoudelijk, maar wijst de zaak terug naar de inspecteur om alsnog uitspraak op bezwaar te doen binnen vier weken op straffe van een dwangsom.
De uitspraak op rechtspraak.nl