Rb. Gelderland 18 april 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:2445

Belanghebbende ontvangt sinds 24 oktober 1980 een WAO-uitkering, nadat zij is uitgevallen uit haar werk als ziekenverzorgster. Belanghebbende is nadien gaan werken als bibliotheekassistente. In 2013 is zij uitgevallen uit die werkzaamheden. In 2015 is zij door het bestuursorgaan volledig arbeidsongeschikt geacht. Het bestuursorgaan heeft met toepassing van art. 40 WAO jo art. 14 WAO het dagloon opnieuw vastgesteld. Het per einde wachttijd berekende dagloon is hoger dan dagloon waarnaar lopende WAO-uitkering werd betaald. Belanghebbende klaagt erover dat haar oude WAO-recht verloren is gegaan. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Er is geen schending van het loondervingsbeginsel. De Dagloonregelen WAO zijn niet van toepassing, ook niet op grond van het overgangsrecht. Geen ongerechtvaardigde inbreuk op art. 1 van het 1e Protocol bij het EVRM, omdat de uitkering wordt verhoogd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken