CRvB 5 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1917

Dagloon WAO-uitkering juist vastgesteld. Appellant wordt niet gevolgd in zijn stelling dat de wetgever onvoldoende oog heeft gehad voor de financiële gevolgen van het gewijzigde artikel 40 van de WAO. Uit de wettekst volgt dat het uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever is geweest de WAO-uitkering niet mee te tellen als loon bij de herziene vaststelling van het dagloon. De toepassing van artikel 40, eerste lid, van de WAO leidt op zichzelf niet tot een nadeligere situatie. Immers, niet in geschil is, dat het dagloon met ingang van 22 juni 2016 hoger is dan het dagloon waarnaar de WAO-uitkering eerder werd berekend. De regeling pakt dus conform de bedoeling van de wetgever voordelig uit voor appellant. Dat appellant er in dagloon minder op vooruitgaat dan het geval zou zijn geweest als de lopende WAO-uitkering wel zou meetellen, maakt dat niet anders. Geen strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken