Rb. Gelderland 22 november 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6296
MK. Dagloon. Het eerste WW-recht van eiser beëindigd op grond van volledige werkhervatting. Bij nieuwe werkloosheid is dit recht herleefd en heeft verweerder eiser voorts een tweede WW-recht toegekend. Het geschil spitst zich toe op de hoogte van het dagloon van het tweede WW-recht. In geschil is onder meer of de in het Dagloonbesluit neergelegde systematiek, waarbij het in de referteperiode genoten loon wordt gedeeld door 261 ongeacht het aantal dagen in de referteperiode waarop daadwerkelijk (in aanmerking te nemen) loon is genoten, door verweerder onverkort mocht worden toegepast. 1. Verweerder heeft terecht de dagloongarantieregeling toegepast zoals deze geldt vanaf 1 juli 2015 en niet de regeling zoals deze daarvoor gold. De belangenafweging van de besluitgever die ten grondslag ligt aan de wijziging per 1 juli 2015 is niet onredelijk. Daarbij is onder meer van belang dat de situatie van eiser wezenlijk anders is dan de situatie die aan de orde was in ECLI:NL:CRVB:2016:1106. De wijziging van de dagloongarantieregeling is evenmin in strijd met het Eerste Protocol bij het EVRM. 2. De besluitgever is bevoegd om in het Dagloonbesluit te bepalen dat uitkeringen op grond van de WW zijn uitgezonderd van het loon dat bij het bepalen van het dagloon in aanmerking wordt genomen. De delegatiebepaling die is neergelegd in artikel 1b, zesde lid, van de WW biedt voldoende ruimte voor het maken van deze uitzondering op het loonbegrip van de WW. 3. Het Dagloonbesluit is niet in strijd met de verzekeringsgedachte van de WW. 4. Onverkorte toepassing van de systematiek van het Dagloonbesluit levert in het geval van eiser geen strijd op met het beginsel dat het dagloon een reële afspiegeling moet vormen van het welvaartsniveau van de verzekerde. Uit de wetsgeschiedenis kan worden opgemaakt dat dit inderdaad een beginsel is van de WW. Hieruit kan echter eveneens worden opgemaakt dat het welvaartsniveau moet worden bepaald aan de hand van het in de referteperiode daadwerkelijk genoten loon. De rechtbank ziet dan ook onvoldoende aanleiding om te oordelen dat de systematiek waar eiser over klaagt in strijd is met dit beginsel. Het feit dat het Dagloonbesluit op dit punt met ingang van 1 december 2016 wordt gewijzigd doet hieraan niet af. Het feit dat de besluitgever een andere systematiek beter verdedigbaar acht, brengt immers niet mee dat de huidige systematiek onjuist moet worden geacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 30 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1106
- CRvB 4 december 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2736
- CRvB 7 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2436
- CRvB 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4323
- CRvB 23 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4335
- CRvB 5 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK4229
- CRvB 14 mei 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI4720