Rb. Den Haag 5 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:29458

Kort geding. Verzoek om de erkenning en de tenuitvoerlegging van drie Italiaanse vonnissen te weigeren, afgewezen. De Staat heeft niet onrechtmatig gehandeld door vonnissen te erkennen en ten uitvoer te leggen, omdat geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 2:13 lid 1 sub h onder 2° WETS, omdat voldaan is aan één van de in dat artikel genoemde uitzonderingen. In het licht van de bewoordingen en het doel van het Kaderbesluit moeten de omstandigheden zo uitgelegd worden dat verzoeker voldoende informatie heeft gekregen over de mogelijkheid om een rechtsmiddel aan te wenden, maar dat hij dit niet binnen de voorgeschreven termijn heeft gedaan en dat hij dus niet in zijn verdedigingsrechten is geschaad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken