Rb. Den Haag 28 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:10275
Asiel Afghanistan. De rechtbank is van oordeel dat de minister het standpunt dat de verklaringen van eiser over zijn problemen met de Taliban niet geloofwaardig zijn, onzorgvuldig heeft voorbereid en ondeugdelijk heeft gemotiveerd. Hoewel het kader voor de geloofwaardigheidsbeoordeling dat de minister heeft toegepast niet in strijd is met het Unierecht, kan de geloofwaardigheidsbeoordeling die de minister in het geval van eiser heeft gemaakt, niet standhouden. De minister heeft namelijk de documenten die eiser heeft overgelegd onvoldoende kenbaar betrokken in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Ook heeft de minister niet mogen tegenwerpen dat de verklaringen van eiser over zijn asielmotieven tijdens het verhoor bij de Vreemdelingenpolitie tegenstrijdig zijn met zijn verklaringen hierover tijdens het nader gehoor. Verder is de rechtbank van oordeel dat het standpunt van de minister dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 van het EVRM, onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend onderzoek heeft gedaan naar adequate opvang voor eiser in Afghanistan.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1012
- Rb. Den Haag 24 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27281
- Rb. Den Haag 10 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12305
- ABRvS 20 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1195
- Rb. Den Haag 7 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:139
- ABRvS 17 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2452
- ABRvS 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1622
- Rb. Den Haag 22 juli 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:7666
- ABRvS 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1530
- ABRvS 20 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2459
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2021:9