Rb. Den Haag 8 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:172

Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister een land kan aanwijzen als veilig land van herkomst als zij een groep uitzondert van die aanwijzing. In eerdere rechtspraak is geoordeeld dat de minister dit mag doen. In het licht van het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 oktober 2024 ziet de rechtbank aanleiding daar nu anders over te oordelen. Naar het oordeel van de rechtbank verdraagt het uitzonderen van groepen zich niet met de aanwijzing van een land als veilig in de zin van de Procedurerichtlijn. Dit betekent dat de minister in het geval van eiser de verkeerde procedure heeft gevolgd. Eiser krijgt op dit punt dus gelijk. Dat betekent echter niet dat hij daarom recht heeft op een verblijfsvergunning. De rechtbank komt in deze uitspraak namelijk tot de conclusie dat de minister het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig mocht vinden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken