Rb. Den Haag 21 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2622

Dublin Oostenrijk – wel of geen onderduiken en wel of geen rechtsgeldige verlenging van de overdrachtstermijn ? – de rechtbank stelt vast dat eiseres nadat zij de opvang heeft verlaten en tot op heden haar concrete adresgegevens niet heeft verstrekt aan verweerder en dat zij niet meer bereikbaar is geweest voor verweerder – met eiseres is in het laatste vertrekgesprek afgesproken dat zij naar de opvanglocatie zou komen zodat de feitelijke overdracht in gang zou worden gezet na de zitting bij de rechtbank – de rechtbank is er echter niet in geslaagd om het beroep en de vovo binnen de initiële overdrachtstermijn te behandelen en uitspraak te doen - De rechtbank stelt vast dat er nimmer een feitelijke overdracht is gepland en dat de oorzaak hiervan niet is gelegen in het niet verblijven in de opvang en het niet verschaffen van adres- en contactgegevens door eiseres. Eiseres heeft dus met haar handelen en haar nalaten ook geen uitvoering van een feitelijke overdracht (kunnen en hoeven) voorkomen. - De rechtbank begrijpt het zonder meer als dit door verweerder, in de onderhavige procedure en in het algemeen, als frustrerend wordt ervaren. Dit doet evenwel niet af aan de conclusie dat er in de onderhavige procedure geen sprake was van onderduiken op het moment dat de overdrachtstermijn verstreek. Verweerder was dus niet bevoegd om de overdrachtstermijn te verlengen omdat de situaties waarin verweerder de overdrachtstermijn mag verlengen limitatief zijn opgesomd in de Dublinverordening. – het beroep gericht tegen de verlenging van de overdrachtstermijn is gegrond - omdat verweerder verantwoordelijk is geworden voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag, heeft eiseres geen belang meer bij de beoordeling van haar beroep gericht tegen het overdrachtsbesluit, zodat dit beroep n-o is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken