Rb. Den Haag 13 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1907
Dublin UOD – partijen verschillen primair van mening of de overdrachtstermijn rechtsgeldig is verlengd - De Uniewetgever heeft in de Dublinverordening geregeld in welke -limitatief opgesomde – situaties de overdrachtstermijn mag worden verlengd. De Uniewetgever heeft niet bepaald op welke wijze deze verlenging dient plaats te vinden. Een binnen de initiële overdrachtstermijn verzonden briefje van verweerder aan de autoriteiten van de verantwoordelijke lidstaat volstaat dus - Vanzelfsprekend dient ook een rechtsmiddel aangewend te kunnen worden tegen de verlenging van de overdrachtstermijn. Dit kan zowel door middel van het instellen van een zelfstandig rechtsmiddel, als door middel van het formuleren van een beroepsgrond in het beroep tegen het overdrachtsbesluit. Anders dan eiser stelt, is het nemen van een separaat verlengingsbesluit of een onverwijlde kennisgeving van de verlenging echter niet vereist. – verschil in aannemen procesbelang bij mob-melding en beoordelen of sprake is van onderduiken als bedoeld in Jawo – verweerder mag in de onderhavige procedure ten aanzien van Kroatië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verweerder heeft voldoende deugdelijk gemotiveerd waarom hij de asielaanvraag van eiser niet onverplicht behandelt – verweerder mag eiser overdragen – beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl