ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3630

Bij brief van 28 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Italië heeft verlengd met twaalf maanden, tot 14 april 2022. De vreemdeling heeft op 14 september 2020 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 20 november 2020 heeft de staatssecretaris de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het besluit geldt tevens als overdrachtsbesluit. Het staat in rechte vast met de uitspraak van 15 maart 2021, waarbij de rechtbank het beroep van de vreemdeling tegen dat besluit ongegrond heeft verklaard. De overdracht van de vreemdeling aan Italië stond gepland op 14 april 2021, maar de staatssecretaris heeft de termijn met twaalf maanden verlengd tot 14 april 2022, omdat de vreemdeling zou zijn ondergedoken. Deze uitspraak geeft antwoord op de vraag of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de verlenging van de overdrachtstermijn een besluit is waartegen beroep openstaat en dat de staatssecretaris de overdrachtstermijn mocht verlengen omdat de vreemdeling zou zijn ondergedoken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken