Rb. Den Haag 18 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24307
HASA, 1F. Gegrond. De rechtbank is van oordeel dat de minister reeds hiermee deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de brief niet relevant kan zijn voor de beoordeling van het opvolgende asielverzoek en daarom een niet-ontvankelijkverklaring is gevolgd. Dat de zoon van eiser begrip heeft voor de situatie maakt niet dat de kwalificatie die de rechtbank in 2015 aan de gebeurtenissen heeft gegeven niet langer stand kan houden. Eiser betwist in het beroepschrift dat Afghanistan een veilig land is voor hem. In de zienswijze, waarnaar hij in beroep ook verwijst, is ook benadrukt dat oude vetes en oude conflicten in combinatie met een lang verblijf in het westen redenen zijn om toch in de negatieve aandacht van de Taliban te belanden. Aan dit standpunt is, mede gelet op de hiervoor aangehaalde landeninformatie, en de andersluidende conclusie in 2014, in het bestreden besluit onvoldoende aandacht besteed.
De uitspraak op rechtspraak.nl