Rb. Den Haag 24 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:22113

Derdelander Oekraïne – eiser had ten tijde van de Russische invasie een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne en stelt zich op het standpunt dat hij verplicht beschermd moet worden op grond van de RTB en dat zijn bescherming daarom niet kan worden beëindigd – in de Hongaarse taalversie van het Uitvoeringsbesluit is namelijk niet vermeld dat alleen derdelanders met een permanente verblijfsvergunning onder de RTB vallen – de rechtbank volgt dit niet - In de verwijzingsuitspraken van de rechtbank Amsterdam en de Afdeling is de Nederlandse implementatie van de RTB, het Nederlandse beleid, de bezwaren hiertegen en de divergerende rechtspraak uitvoerig uiteengezet. Het Hof is dus gedetailleerd op de hoogte gesteld van de in de nationale rechtspraktijk opgekomen rechtsvragen en de twijfel over de wijze waarop verweerder toepassing heeft gegeven aan de facultatieve bepaling. Het Hof is, zo meent de rechtbank, zéér strikt in het nagaan of prejudiciële vragen ontvankelijk zijn en inhoudelijk moeten worden beantwoord en het Hof gaat dit uit eigen beweging en ongeacht het advies van de AG na. De rechtbank overweegt dat indien het Unierecht en meer in het bijzonder de RTB en het Uitvoeringsbesluit, aldus zou moeten worden uitgelegd dat ook derdelanders die ten tijde van de Russische invasie door de Oekraïense autoriteiten in het bezit waren gesteld een tijdelijke verblijfsvergunning verplicht beschermd moesten worden door de lidstaten, het Hof de vraag of verweerder de tijdelijke bescherming voor deze groep derdelanders mocht beëindigen niet-ontvankelijk zou hebben verklaard omdat de beantwoording van de prejudiciële vragen niet noodzakelijk zou zijn om de betreffende hoofdgeschillen te beslechten. De facultatieve bepaling zou dan immers niet van toepassing zijn op deze categorie ontheemden. De rechtbank overweegt in aanvulling hierop dat de Afdeling de categorie derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning ook niet als verplicht beschermde ontheemden heeft aangemerkt en dat ook in de publicaties van EUAA voor deze uitleg geen steun te vinden is. – de overige beroepsgronden slagen ook niet – beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken