Rb. Den Haag 24 september 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:17246
In deze zaak stelt eiser zich op het standpunt dat de aan hem opgelegde verhogingen van verkeersboetes als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) onrechtmatig zijn, omdat de wettelijke bepalingen op grond waarvan deze verhogingen zijn opgelegd in strijd komen met hoger recht. De rechtbank zal in dit vonnis een prejudiciële vraag stellen aan de Hoge Raad over de mogelijke strijd van de verhogingen met artikel 6 Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM), artikel 7 EVRM en/of artikel 1 Eerste Protocol (EP) bij het EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 392 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 394 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 81 Gw
- Artikel 94 Gw
- Artikel 120 Gw
- Artikel 2 Wahv
- Artikel 6 Wahv
- Artikel 9 Wahv
- Artikel 14 Wahv
- Artikel 23 Wahv
- Artikel 25 Wahv
- Artikel 26 Wahv
- Artikel 26a Wahv
- Artikel 28 Wahv
- Artikel 6:96 BW6
- Artikel 3:305a BW3
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 7 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Midden-Nederland 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4626
- Conclusie A-G Pauwels 28 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:710
- EHRM 3 november 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:1103JUD004981209
- EHRM 13 januari 2022, ECLI:CE:ECHR:2022:0113JUD007285813
- EHRM 11 december 2018, ECLI:CE:ECHR:2018:1211JUD003648007
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1003
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7627
- EHRM 12 november 2013, ECLI:CE:ECHR:2013:1112JUD004509207
- EHRM 23 november 2006, ECLI:CE:ECHR:2006:1123JUD007305301
- HR 23 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7141
- EHRM 22 september 1994, ECLI:CE:ECHR:1994:0922JUD001361688
- EHRM 21 februari 1986, ECLI:CE:ECHR:1986:0221JUD000879379
- EHRM 21 februari 1984, ECLI:CE:ECHR:1984:0221JUD000854479
- EHRM 8 juni 1976, ECLI:CE:ECHR:1976:0608JUD000510071