Rb. Den Haag 27 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5174
In deze uitspraak oordeelt de rechtbank dat de minister een land niet mag aanwijzen als veilig land van herkomst wanneer er groepen zijn uitgezonderd van deze aanwijzing. In deze specifieke zaak heeft dit tot gevolg dat de rechtbank de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst in artikel 3.37f, vierde lid, aanhef en onder a, van het Voorschrift Vreemdelingen, onverbindend verklaart. Ook betekent dit voor eiseres dat de minister haar aanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid onder b, van de Vreemdelingenwet. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl