Rb. Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9148
Mvv-procedure, inburgering buitenland, artikel 14 EVRM, meervoudige kamer. De staatssecretaris heeft de aanvraag van eiseres afgewezen omdat zij niet is geslaagd voor het basisexamen inburgering buitenland en niet in aanmerking komt voor vrijstelling daarvan. De rechtbank is van oordeel dat het inburgeringsvereiste geen ongerechtvaardigd onderscheid maakt op basis van nationaliteit. Van belang is dat het inburgeringsvereiste de hoofdregel is en de vrijstelling voor onderdanen van een beperkt aantal landen de uitzondering. Deze uitzondering is in de wetsgeschiedenis voldoende gerechtvaardigd door de koppeling aan de vrijstelling voor het mvv-vereiste.. Daarbij is ook van belang dat uit rechtspraak van het EHRM volgt dat de verdragsstaten bij het EVRM in hun toelatingsbeleid voorrang mogen geven aan personen met de nationaliteit van landen waarmee zij de nauwe betrekkingen onderhouden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 24 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:12901
- Rb. Den Haag 14 juni 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8848
- Rb. Den Haag 31 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4802
- Rb. Den Haag 23 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:622
- Rb. Den Haag 20 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4842
- Rb. Den Haag 28 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11422
- EHRM 24 mei 2016, ECLI:CE:ECHR:2016:0524JUD003859010
- EHRM 6 november 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:1106JUD002234109
- EHRM 27 september 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0927JUD005632807
- EHRM 13 november 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:1113JUD005732500
- EHRM 28 mei 1985, ECLI:CE:ECHR:1985:0528JUD000921480
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2015:453