Rb. Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9148

Mvv-procedure, inburgering buitenland, artikel 14 EVRM, meervoudige kamer. De staatssecretaris heeft de aanvraag van eiseres afgewezen omdat zij niet is geslaagd voor het basisexamen inburgering buitenland en niet in aanmerking komt voor vrijstelling daarvan. De rechtbank is van oordeel dat het inburgeringsvereiste geen ongerechtvaardigd onderscheid maakt op basis van nationaliteit. Van belang is dat het inburgeringsvereiste de hoofdregel is en de vrijstelling voor onderdanen van een beperkt aantal landen de uitzondering. Deze uitzondering is in de wetsgeschiedenis voldoende gerechtvaardigd door de koppeling aan de vrijstelling voor het mvv-vereiste.. Daarbij is ook van belang dat uit rechtspraak van het EHRM volgt dat de verdragsstaten bij het EVRM in hun toelatingsbeleid voorrang mogen geven aan personen met de nationaliteit van landen waarmee zij de nauwe betrekkingen onderhouden. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken