Rb. Den Haag 28 juni 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11422
Verweerder naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat zich in dit geval, bij afweging van alle feiten en omstandigheden, geen omstandigheden voordoen die maken dat handhaving van het inburgeringsvereiste in het geval van eiser de gezinshereniging onmogelijk of uiterst moeilijk maakt. Uit overgelegde verklaringen van de leraar blijkt dat eiser zich op passende wijze daadwerkelijk heeft ingespannen om zich voor te bereiden op het examen en om (onderdelen van) het examen met succes af te leggen, maar dat het hem niettemin niet lukt. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege dit motiveringsgebrek, maar ziet aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten omdat verweerder op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij een duurzame en exclusieve relatie heeft met referente.
De uitspraak op rechtspraak.nl