Rb. Den Haag 28 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8047

De rechtbank is van oordeel dat verweerder het asielrelaas van eiser over zijn problemen met de Partiya Jiyana Azad a Kurdistanê (PJAK) en met de Iraanse inlichtingendienst niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiser op basis van dit relaas niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vw 2000. In het kader van de mogelijke terugkeer van eiser naar Iran kan echter niet voorbij worden gegaan aan eisers verklaring dat hij eerder twee keer is aangehouden in verband met de tatoeages die hij op zijn lichaam draagt. Eiser heeft verklaard dat deze tatoeages problemen kunnen geven. De rechtbank ziet ook zonder dat op dit punt gronden zijn aangevoerd en dus ambtshalve, gezien het absolute karakter van het refoulementverbod, aanleiding om verweerders standpunt hierover nader tegen het licht te houden en stelt verweerder in de gelegenheid om hierover een aanvullend standpunt in te nemen. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen