Rb. Den Haag 18 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5598

Vovo tegen besluit strekkende tot goedkeuring van het “Faunabeheerplan meeuwen havengebieden van Rotterdam, Dordrecht en Alblasserdam 2022-2027 geschorst 2023 tot de uitspraak op het beroep, voor zover dat ziet op (1) het verplaatsen van nesten met eieren van de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw in de periode van 1 april tot en met 31 juli, volgens protocol, gelegen binnen een straal van 30 meter van bedrijfsinstallaties bij de genoemde categorieën van bedrijven, (2) het vernielen van (eieren en) nesten van de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw volgens het protocol van 1 april tot en met 31 juli op het terrein van het Loodswezen en tot 300 meter buiten dit terrein en (3) het vernielen van (eieren en) nesten van de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw volgens het protocol van 1 april tot en met 31 juli binnen een straal van 30 meter van bedrijfsinstallaties bij de benoemde categorieën van bedrijven c.q. locaties en in benoemde omstandigheden. Gelet op de het aantal en de aard van de kritiekpunten in het rapport van de STAB - dat in het door verzoekster ingestelde beroep is uitgebracht - moet naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voorshands worden betwijfeld of het goedkeuringsbesluit - voor zover dat appellabel is - wel voldoet aan de in artikel 3.3, vierde lid, van de Wnb genoemde eisen. De voorzieningenrechter acht het belang bij het voorkomen van onomkeerbare vernietiging van nesten in dit geval zwaarwegender dan de door het college en belanghebbende naar voren gebrachte belangen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken