Rb. Den Haag 12 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:10835
voorlopige voorziening tegen verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet voor het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw op de terreinen van verscheidene bedrijven in het havengebied van Rotterdam tot en met 31 juli 2024, op grond van artikel 11.37, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving toegewezen, omdat het verzoek kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter heeft het besluit tot goedkeuring van het Faunabeheerplan bij uitspraak van 18 april 2024 reeds geschorst, omdat er twijfels bestaan over de deugdelijkheid van de motivering die daaraan ten grondslag ligt. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om te komen tot een andere belangenafweging dan die de voorzieningenrechter heeft gemaakt naar aanleiding van het verzoek tot schorsing van het goedkeuringsbesluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl