Rb. Den Haag 1 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23304
De minister heeft het asielverzoek van eiser niet in behandeling genomen omdat Polen daarvoor verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. De rechtbank overweegt als eerste dat het gebruikmaken van een standaardvoornemen in het geval van eiser onzorgvuldig is. In het standaardvoornemen is namelijk niet opgenomen dat eiser de familieband met zijn echtgenote niet nader heeft onderbouwd en dat niet wordt uitgegaan van een huwelijk. Deze dragende overweging komt pas voor het eerst naar voren in het bestreden besluit. Daarnaast heeft de minister onzorgvuldig gehandeld bij het overnameverzoek van Polen. Uit artikel 34, vierde lid, van de Dublinverordening en de loyaliteitsverplichting van de lidstaten volgt dat het aan de minister is om voldoende onderzoek te doen om vervolgens Polen juist en volledig te informeren zodat laatstgenoemde een goed oordeel kan vellen over de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag van een vreemdeling. De rechtbank is van oordeel dat de minister Polen onjuist heeft geïnformeerd. Zo heeft de minister in het overnameverzoek gesteld dat zijn echtgenote geen gezinslid is in de zin van artikel 2 aanhef en onder g, van de Dublinverordening omdat de relatie nog niet bestond in het land van herkomst. Tijdens het aanmeldgehoor heeft eiser echter verklaard in 2020 met zijn echtgenote te zijn gehuwd, terwijl eiser Irak drie jaar later pas heeft verlaten. De relatie bestond dus al in het land van herkomst en dat betekent dat de echtgenote van eiser wel degelijk een gezinslid van eiser is in de zin van artikel 2 aanhef en onder g, van de Dublinverordening. Ook is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de overgelegde documenten. Als de minister vindt dat de door eiser overgelegde documenten onduidelijk zijn, had het op de weg van de minister gelegen om aan eiser te vragen of hij originele documenten kan overleggen zodat deze vervolgens aan Polen kunnen worden overgelegd. Het beroep is gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3455
- ABRvS 6 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3177
- Rb. Den Haag 12 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:10838
- Rb. Den Haag 3 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:8597
- Rb. Den Haag 27 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4267
- Rb. Den Haag 14 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:22282
- ABRvS 23 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4348
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:127
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:934