ABRvS 4 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3455
Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij vanuit Belarus drie keer heeft geprobeerd Polen in te reizen, maar dat hij telkens is teruggestuurd naar Belarus. Bij zijn vierde poging om Polen in te reizen heeft hij verzocht om internationale bescherming. De minister heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat beginsel is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat - in dit geval Polen - in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Polen, omdat hij vreest dat hij na overdracht aan dat land het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Den Haag 15 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:5724
- ABRvS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1042
- ABRvS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1043
- ABRvS 29 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1645
- EHRM 21 januari 2011, ECLI:CE:ECHR:2011:0121JUD003069609
- ABRvS 26 maart 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC7627
- ABRvS 18 september 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY9445
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:127
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:218
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2023:934
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2024:195